interkapitalen (51)
afkortingen (418)
afkortingen (51)
afkortingen (140)
beginkapitaal (10319)
hoofdletter-cijfercombinaties (16)
kleine letter-cijfercombinatie (3)
apostrof (1872)
cijfers (44)
cijfersamenstelling (21)
cijfervervoeging (5)
koppelteken (4759)
eigennaam (712)
meerdere koppeltekens (314)
8 opeenvolgende medeklinkers (2)
5 klinkers aaneen (27)
diakritische tekens (4100)
cedille (38)
Add words
Pagina opgebouwd in 0.2420 seconden
Het Standaardnederlands beschikt over de onderstaande medeklinkers of consonanten. Waar twee tekens naast elkaar staan, geeft de linker de stemhebbende, de rechter de stemloze variant weer. De tekens in de kolommen IPA en ASCII zijn de onder taalkundigen gebruikelijke fonetische IPA-notatie en ASCII-notatie, een vereenvoudige versie van het International Phonetic Alphabet (IPA) en het daarvan afgeleide SAMPA.
| stemloos | IPA | ASCII | stemhebbend | IPA | ASCII |
|---|---|---|---|---|---|
| p in pot | [p] | p | b in bot | [b] | b |
| ch in chaos | [x] | X | g in gat | [ɣ] | G |
| f in fiets | [f] | f | v in vier | [v] | v |
| s in samen | [s] | s | z in zaad | [z] | z |
| ch in chef | [ʃ] | S | j in journaal | [ʒ] | Z |
| k in kar | [k] | k | g in garçon | [ɡ] | g |
| t in tam | [t] | t | d in dam | [d] | d |
| l in la | [l] | l | |||
| m in maan | [m] | m | |||
| n in na | [n] | n | |||
| ng in slang | [ŋ] | {ng} | |||
| r in rij | r | ||||
| j in jas | [j] | j | |||
| h in hand | [ɦ] | h | |||
| w in wie | [ʋ] |
De medeklinkers in het Nederlands ondergaan doorgaans regressieve stemassimilatie. Dat wil zeggen dat een stemloze medeklinker onder invloed van een daaropvolgende stemhebbende medeklinker zelf ook stemhebbend wordt. Een voorbeeld: verbinden we de morfemen ‘zak’ + ‘doek’ in een samenstelling, dan assimileert de stemloze /k/ van ‘zak’ aan de stemhebbende /d/ van ‘doek’ tot de /g/-klank van ‘garçon’.
De medeklinkers in het Nederlands ondergaan verder auslautverhärtung, een proces dat stemhebbende medeklinkers aan het einde van een woord stemloos maakt. Dat de medeklinkers onderliggend stemhebbend zijn is vaak aan afleidingen nog wel te zien. Zo komt de stemhebbende /z/ wel in ‘vazen’ aan de oppervlakte, maar wordt hij aan het woordeinde (‘auslaut’) van ‘vaas’ als stemloze ‘s’ gerealiseerd. Volgt op een Auslaut een stemhebbende medeklinker of een klinker, dan kan het auslaut onder invloed van regressieve stemassimilatie toch weer stemhebbend worden: in ‘De kip draait’ wordt de ‘p’ van ‘kip’ onder invloed van de daaropvolgende stemhebbende /d/ als /b/ uitgesproken. Veel sprekers passen hier evenwel ook progressieve stemassimilatie toe, waarbij de stemkenmerken van een klank worden overgenomen door de eropvolgende klank. In ‘De kip draait’ wordt dan de ‘d’ van ‘draait’ onder invloed van de stemloze /p/ als /t/ uitgesproken.
De vraag of het Nederlands affricaten kent, wordt niet door alle taalkundigen op dezelfde manier beantwoord. Sommigen beschouwen de volgende klankseries als opeenvolgingen van medeklinkers, anderen zien ze als affricaten.
| stemloos | IPA | ASCII | stemhebbend | IPA | ASCII |
|---|---|---|---|---|---|
| tsj in tsjonge | [tʃ] | tS | j in jazz | [dʒ] | dZ |
| sch in school | [sx] | sX | |||
| ps in psycholoog | [ps] | ps | |||
| ks in xylofoon | [ks] | ks | |||
| ts in tsaar | [ts] | ts |
Tot de halfklinkers of semivocalen worden die klanken gerekend die qua articulatie (vrijwel) overeenkomen met een klinker, zonder evenwel syllabisch te zijn, d.w.z. een zelfstandige lettergreep te vormen. Het gaat in het Standaardnederlands om:
De Standaardnederlandse klinkers of vocalen worden doorgaans opgesplitst in lange en korte varianten. Deze indeling is in de taalkunde lang achterhaald. Het lengteverschil blijkt niet of nauwelijks aan de perceptie van veel fonemen bij te dragen. Het onderscheidende kenmerk is de gespannenheid van de articulatoren. Zo is de klinker in ‘kat’ de ongespannen tegenhanger van de gespannen klinker in ‘kaas’. Daar deze ongespannen klinkers zeer zelden in een open lettergreep voorkomen, worden ze ook wel gedekt (afgesloten door een medeklinker) genoemd, als tegengesteld aan de ongedekte gespannen klinkers, die wel frequent aan het einde van een lettergreep voorkomen.
Waar in het onderstaande overzicht twee klinkers naast elkaar staan, is de linker de ongespannen, de rechter de gespannen variant. De tekens tussen haakjes zijn de onder taalkundigen gebruikelijke fonetische ASCII-notatie.
| ongespannen | IPA | ASCII | gespannen | IPA | ASCII |
|---|---|---|---|---|---|
| a in kat | [ɑ] | & | aa in kaas | [a] | a |
| e in pet | [ɛ] | E | ee in pees | [e] | e |
| i in pit | [ɪ] | I | ie in Piet | [i] | i |
| o in op | O | oo in hoop | [o] | o | |
| o in stop | [ɔ] | c | |||
| u in put | [ʏ] | ö | uu in fuut | [y] | ü |
| eu in reus | [ø] | ø | |||
| oe in boek | [u] | u | |||
| e in spade | [ə] | @ |
Veel sprekers maken geen onderscheid tussen de /o/ in ‘op’ en de /o/ in ‘stop’. In de leesboekjes van Hoogeveen is het onderscheid gemaakt doordat er een punt staat boven de /o/ in ‘op’. De woorden ‘hok’ en ‘bok’ hebben dus alleen de letter /k/ gemeen: er staat een punt op de /o/ van ‘bok’.
Verder komen er voor de /r/ tamelijk afwijkende varianten van de /e/, /o/ en /ø/ voor, waarbij de mond zoveel meer geopend is dat ze haast de articulatieplaats van resp. de /I/, /c/ en /ö/ bereiken, en vaak gerekt worden of overlopen in een sjwa (/@/). Voorbeelden hiervan zijn de klinkers in eer, oor en geur.
In leenwoorden komen echte lange varianten voor van bepaalde klinkers:
| klinker | IPA | ASCII |
|---|---|---|
| e in scène | [ɛː] | (E:) |
| eu in freule | [œː] | (ö:) |
| y in analyse | [iː] | (i:) |
| u in centrifuge | [yː] | (ü:) |
| o in zone | [ɔː] | (c:) |
Tweeklanken of diftongen zijn sterk dynamische klankreeksen, die beginnen in de articulatiepositie van een klinker. De articulatoren blijven echter niet in die positie, maar verschuiven tijdens het uitspreken naar de articulatiepositie van een andere klinker.
Het Nederlands kent de volgende tweeklanken:
In het westen en noorden van Nederland worden in plaats van de ongedekte klinkers vaak tweeklanken gerealiseerd die beginnen als de betreffende klinker, maar in een /i/, /I/ overgaan, zoals in het woord heel, of in een /u/ overgaan, zoals in het woord rood. Vergelijk bijvoorbeeld de klank van de o in het Duitse rote Rosen (een zuivere eenklank), met de meer Hollandse uitspraak van de o in rode rozen.
Daartegenover staat het zuiden, waar deze klanken als monoftongen gerealiseerd worden: /œ/ voor ‘ui’, /ɛː/ of eerder /æ/ voor ‘ij/ei’ en /ɤ/ voor ‘ou/au’.
Andere tweeklanken zijn:
Ze verschillen van de drie bovenstaande doordat de onderscheidende klanken duidelijk herkend worden.